Meditação de 10 de Julho de 2017
Pr. Roberto Verburg

“Loopt dan zó, dat gij die behaalt” 1 Korintiërs 9.24b

“Loopt dan zó, dat gij die behaalt” 1 Korintiërs 9.24b

 

                De Zeskamp komt eraan! Sommigen kijken ernaar uit. Anderen denken fijn als dat weer achter de rug is. In ieder geval zijn we er druk mee. Organiseren, regelen, maar ook trainen en ons voor te bereiden op de wedstrijden. Ja, want winnen hoort er toch wel een beetje bij.

 

                Ook in de Bijbel lezen we over sport. Als metafoor. Als beeld voor het (geloofs)leven. M.n. Paulus gebruikt dit beeld meermalen. Dat is bijzonder, want Paulus was een Jood. En Joden moesten niet veel hebben van de sportbeoefening in die dagen. De Grieken daarentegen waren er verzot op, evenals de Romeinen. Maar de Joden vonden die fascinatie voor het lichaam overdreven, ja zelfs een vorm van afgoderij. Nu waren die wedstrijden, de spelen in die tijd, ook religieuze happenings: ze begonnen en eindigden met diverse godsdienstige uitingen.

                Maar Paulus laat zich daar toch niet door weerhouden om vrijmoedig de sport als beeld te gebruiken. Niet voor niets gebruik ik het woord ‘vrijmoedig’, want als iets het geloof van Paulus stempelt, dan is het de vrijheid. In ons gedeelte begint hij daar ook mee, in vers 19: ‘vrij ben ik ten opzichte van iedereen.’ Vrij met als grote doel om Christus en de mensen te dienen, om het Evangelie te communiceren. En daarbij wordt hij de Joden een Jood én de Grieken een Griek. Hij spreekt hun taal. Hij gebruikt hun cultuur en hun passies om daarmee het Evangelie te verkondigen. Zoals dus de sport.

                Zeker in Korinthe was dat ook heel herkenbaar. Die stad had ook z’n eigen spelen: de zgn. Isthmische Spelen. Tweejaarlijks werd deze gehouden en de stad stond dan op z’n kop. Populaire sporten waren hardlopen, boksen en worstelen. Paulus gebruikt precies deze sporten in ons tekstgedeelte, waarbij opvalt dat hij helemaal niet waarschuwt voor sportverdwazing of afgoderij. Nee, op een positieve wijze vergelijkt hij (top)sport met geloven.

                Want het gaat hier niet om mensen die maar een beetje voor de lol wat aan sport doen. Nee, het is een uiterst serieuze zaak. Ze doen mee om te winnen. Daar hebben ze ook voor getraind. Bij die Isthmische Spelen was dat zelfs verplicht: om 10 maanden te trainen. Als je je daar niet aan hield, dan mocht je al niet meedoen. Paulus trekt dit door naar het geloof, naar zijn leven als gelovige, als dienaar van Christus, vers 27: ‘ik hard mezelf en oefen me in zelfbeheersing.’ M.a.w. dat geloof komt je dus niet aanwaaien. Het betreft geen leunstoelgeloof en ook geen feel-good-christendom: ‘als het maar fijn voelt.’ Nee, zegt Paulus: ‘ik hard mezelf.’ Dat is niet altijd fijn. Dat is hard trainen.

                Ja, zonder training komen er géén prestaties. Trainen heb je als sporter nodig om conditie op te bouwen, om spiermassa te kweken, om aan je techniek te schaven. Zo kun je als christen ook niet zonder trainen. Geloven gaat niet vanzelf. Het is ‘vastberaden de wedstrijd lopen die voor ons ligt’(Hebreeën 12.1). Die wedloop van het geloof is ook veel meer een marathon dan een korte-afstand-nummer. En dat vraagt om trainen, om oefenen. Waar doe je dat? Hoe doe je dat?

                Wat dacht je van de kerkdienst?! Vroeger noemden ze die niet voor niets ‘godsdienstoefening.’ Dat woord is helemaal uitgeraakt. Tegenwoordig noemen we de kerkdienst een viering. En dat is ook mooi, maar je loopt daarmee wel het risico dat het consumptief wordt, leunstoelachtig, feel good. Terwijl geloven dus ook om oefenen vraagt, om trainen. Hier in de kerkdienst oefenen we. Horen we waar het werkelijk om gaat. Wat God ons belooft, maar ook wat Hij van ons vraagt. Brengen we ons te binnen wat Jezus voor ons heeft gedaan, wie Hij voor ons is. Maar ook dat Hem volgen, kruisdragen betekent, de minste zijn, er voor anderen zijn. We oefenen dat alles om er juist in de week klaar voor te zijn, in de wedstrijd van het leven, als er keuzes gemaakt moeten worden, als het erop aankomt wat we doen met wat we hier hoorden, zongen en beleden. Dan moet je het wel eerst horen, zingen, je te binnen brengen, je opnieuw toewijden: kortom: oefenen! Zonder die godsdienstoefening van de kerkdienst wordt geloven een lastige zaak. Heel lastig.

Pr. Roberto Verburg